HOME
BIO
MUZIEK
CONCERTEN
CONTACTHome.htmlMuziek.htmlConcerten.htmlContact.htmlshapeimage_1_link_0shapeimage_1_link_1shapeimage_1_link_2shapeimage_1_link_3
Jo Jacobs had een half mensenleven nodig om zijn debuutplaat ‘De held’ (2012) te maken. Maar toen stond het er ook wel. Volgens de pers maakte hij het perfecte debuut (De Morgen) met een aangename soberheid en openheid (Humo), een intrigerende groeiplaat (De Standaard) van een talent dat eenieders luisterend oor verdient (Focus Knack). 

Waarna Jacobs over ging tot de orde van de dag. En nog een plaat maakte. ‘Alcatraz’ (2015) is de verre neef van ‘De held’. Er zijn duidelijke familietrekken, maar duidelijk ook nieuwe bloedlijnen. De hoofdmoot werd opgenomen door De Held zelf. Thuis in de woonkamer, op zijn eiland, zijn Alcatraz. Dat zorgt voor eenheid en spontaniteit. Met veel oog voor detail. 

De rest vertelt Jo Jacobs u zelf. Dertien zaken die ‘Alcatraz’ verhelderen en veraangenamen.

DE HELD I ALCATRAZ

01 I DE VORIGE PLAAT I “Mijn enige probleem met ‘De held’ was dat de nummers uit zo’n lange periode kwamen. Daardoor leek het bijna een ‘Best of’. Deze plaat is snel gemaakt en heeft een duidelijk gevoel. Het schone is ook dat er niks aan geprobeerd is”.

02 I DE OMSTANDIGHEDEN I “Ik kan helaas niet zeggen: “Nu ga ik eens een plaat maken”. Het is wachten tot de omstandigheden goed zitten. En dan grijp ik dat moment. Of niet. De hoofdmoot van ‘Alcatraz’ is gecomponeerd en ingespeeld op zes weken, bij mij thuis. Ik ben eraan begonnen in het begin van mei 2013. Half juni kwamen er geen nieuwe ideeën meer en was ik fysiek op”.

03 I HET EILAND I “Ik ben snel afgeleid. Daarom moet ik het gevoel hebben dat ik mij even niks moet aantrekken van de rest van de wereld. Ik moet mijn eiland kunnen creëren, mijn Alcatraz”. 

04 I DE OPNAME I “Ik functioneer het best vanuit beperkingen. Bij het begin van de opnames heb ik duidelijke lijnen uitgezet. Het wordt die micro - een RØDE NT2-A - en die zet ik daar neer. En die micro is de hele tijd op die plek blijven staan. De gitaar was een Martin D-28 die ik zelf heb nagebouwd. Dat is in de meeste gevallen de basis: zang en akoestische gitaar. Als de nummers in die vorm overeind blijven, start het échte creatieproces. Dan zet ik mij achter m’n computer en ga ik arrangeren. Dan begint de magie te ontstaan. Ook hier opteer ik voor een strakke keuze van de middelen. De strijkers, de blazers en het orgel komen uit zo’n klein MIDI-keyboard van iRig Keys, de klankjes haalde ik uit een oude versie van het programma Garageband. Ik weiger om met professionele pakketten te werken”.

05 I HET RESULTAAT I “Ik dacht: ik probeer eerst een en ander thuis en dan ga ik daarna met Gaëtan Vandewoude - producer van ‘De held’ en bekend van Isbells - de studio in. Dat is uiteindelijk niet gebeurd. Dit zegt het voor mij, dit klopt. Het had geen zin om die nummers nog eens op te nemen, vond ik. Het is echt de eerste neerslag. Die spontaniteit zit er wel in”.

06 I DE MIX I “De afspraak was dat ik mijn huiswerk aan Wouter Van Belle zou geven en dat hij de eindmix zou maken. Hij stelde  voor om eerst drummer Karel De Backer nog eens over de nummers te laten gaan. Met goed gevolg. Het geeft een sterker plaatgevoel aan ‘Alcatraz’. Het pakt meer. Je hebt minder het gevoel dat je naar iemand luistert die in zijn woonkamer een nummer aan het zingen is. Wouter heeft ook nog Hammondorgel gespeeld op ‘Jouw schoot’ en ‘Johnny’ (n.v.d.r - hij deed dat eerder op ‘Lieve kleine piranha’ van Gorki en ‘Elle danse seule’ van Axelle Red ). Wat een duidelijke verbetering is ten opzichte van mijn Garageband-orgel”.

07 I HET EXTRA PAAR OREN I “Na een eerste dag mixen belt Wouter mij: “Dit gaat niet werken. Ik heb een extra paar oren nodig”. Dat was een wonderbaarlijke ervaring. Het stormde toen we ‘Het stormt’ afwerkten. En ‘Nog vlug’ hebben we gedaan op een dag dat de computer in panne lag. Een half uur voor Wouter moest vertrekken, kregen we hem alsnog aan de praat”.

08 I DE TITEL I “Alcatraz is naast een eiland ook een gevangenis. 
Dat is het dubbele van de titel natuurlijk. Soms zeg ik tegen mezelf: “Breek eens uit uw cocon. Met uwe micro en uw gitaar. Zie het eens groter”. Maar ik heb die kleinschaligheid nodig om mijn ding te doen. En tegelijkertijd denk ik: “Zie mij hier nu zitten knoeien””.

09 I DE TWIJFEL I “In het titelnummer zing ik een cruciale zin: ‘Ik hou mij vast aan al mijn twijfels’. Ik heb dat zelfs als ik sokken ga kopen. Is dit het juiste paar? Ben ik dit wel? Rationeel kan ik dat allemaal wel relativeren. Maar gevoelsmatig blijf ik zoeken naar een soort van bevestiging dat ik het juiste heb gedaan”.

10 I HET GEVOEL VAN DE PLAAT I “Een beetje terugkijken naar uzelf. Een fotoalbum bovenhalen. Aan uw eerste lief denken. Dat is het gevoel van deze plaat. Alsof je mag bladeren in andermans personalia. “Gaat het nu niet teveel over mijzelf?”, heb ik me onderweg wel even afgevraagd. Want je kan ook gênant open zijn. Dat is een dunne grens die ik wel eens bewandel”.

11 I DE TEKSTEN I “Ik ben lang geleden teksten beginnen te schrijven omdat ik liedjes wou maken. En bij liedjes horen teksten. Het is een plezierige ontdekkingsreis geweest waarbij ik zo mijn eigen manier van uitdrukken heb gevonden. Ik ben zeker geen veelschrijver, meer een muzikant die af en toe tekst nodig heeft. Er hadden trouwens bijna drie instrumentale nummers op ‘Alcatraz’ gestaan”.

12 I DE HOESFOTO I “Ik rijd in 2005 van Hasselt naar Kuringen om mijn ouders te bezoeken. Onderweg zie ik in een wei een boerenpaard staan met een hond op zijn rug. “Wat krijgen we nu?”, dacht ik. Er waren toen nog geen smartphones. Dus ik als de bliksem naar mijn ouders om een fototoestel te halen. Toen ik terugkwam, stond de boer erbij. Hij had de hond - Laika - ooit een keer op het paard - Leen - gezet en sindsdien waren die twee onafscheidelijk. Ik heb de boer toen beloofd om de foto’s langs te brengen maar dat is er nooit van gekomen. Nu kan ik natuurlijk niet anders. ‘Want wie a zegt, zegt ook b’”.

13 I DE TUSSENTIJD I Jo Jacobs heeft veel live gespeeld, heeft de bas gehanteerd bij neeka en heeft geholpen met de mix van ‘Billy’, de nieuwe van Isbells. De rode draad in dat alles is Gaëtan Vandewoude. Hij begeleidde De Held en neeka en hij is de voorman van Isbells. “Gaëtan belde mij tijdens de afwerking van het album ‘Billy’. “Jo, ik hoor het niet meer. Ik heb u nodig”. Dat was een rare vraag voor iemand die zelf zo moeilijk knopen doorhakt. Door me in die rol te duwen, bleek het echter wonderwel te lukken”.

© Jan Delvaux
foto: © Jo Jacobs


HOME
Home.htmlshapeimage_2_link_0